1. Informatieoverdracht  

Kennis is macht, maar alleen als je die gebruikt. Denk goed na over welke informatie je macht geeft en welke informatie je macht beperkt. 

2. Wie maakt het eerste voorstel?

Als ik hen het eerste voorstel laat maken dan krijg ik misschien meer dan ik had gehoopt. Maar wat als het slechter is? Veel slechter...?

3. Waar open ik? 

Als ik extreem open heb ik misschien meer ruimte om te marchanderen en structureer ik hun verwachtingen over het einddoel. Maar wat als ik zo onrealistisch ben dat ze mij wegsturen? 

4. Kan ik van gedachten veranderen? 

Als mijn strategie niet werkt of mijn doelstellingen blijken niet realistisch, kan ik dan van gedachten veranderen of zullen zij dat zien als een teken van zwakte? 

5. Zij hebben betere argumenten

Stel dat zij betere argumenten hebben, blijf ik vechten tegen de bierkaai of accepteer ik hun punt en maak ik een concessie? 

6. Veronderstellingen

Als ik iets niet weet, moet ik dan een aanname doen? Ik kan er helemaal naast zitten maar als ik geen aannames doe dan kan ik nooit to een beslissing komen. 

7. Vraag ik wat ik wil hebben?

Als ik het wel doe dan gaan ze het misschien niet geven, maar als ik het niet doe dan moeten zij er naar raden?

8. Moet is ze geven wat ze willen hebben?

Als ik het wel doe krijg ik misschien niet wat ik wil hebben, maar als ik het niet doe waarom zouden zij mij het dan geven? 

9. Wanneer rond ik af? 

Als ik te vroeg afrond mis ik misschien de kans op een betere overeenkomst, maar als ik te lang door ga, valt de hele deal misschien in duigen en kan ik overnieuw beginnen? 

10. Moet ik dreigen met sancties? 

Als ik het wel doe dan lopen de gemoederen misschien hoog op, maar als ik het niet doe ben ik mijn macht kwijt.